Nieuwsbrief AWBN

Wilt u op de hoogte blijven van al het nieuws wat wij voor u selecteren op de website, dan kunt u zich hieronder abonneren op de nieuwsbrief.

iStock_000006799183XSmall

Reglement ABWN

Het Jaar 2009

Onderzoek USP Marketing Consultancy

Volgens de belangrijkste bouwpartijen wordt 2009 een moeilijk jaar voor de Nederlandse bouwsector. Desondanks hebben bijna alle bedrijven vertrouwen dat het met hun eigen onderneming goed zal komen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy onder ruim 650 professionals uit de Nederlandse bouwsector.

Met name de architecten en de aannemers B&U verwachten dat in 2009 de omzet (saldo van positieve en negatieve verwachtingen: -28% en -23%) en de winst (saldo: -19% en -27%) zal dalen. De klusbedrijven verwachten echter een stijging van deze bedrijfseconomische cijfers (saldo: +3% en +4%). Dit valt te verklaren doordat er minder verhuisd wordt en meer geïnvesteerd in de huidige woningen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy onder ruim 650 professionals uit de Nederlandse bouwsector.

Architecten en aannemers B&U verwachten zwaar 2009

Aan alle marktpartijen is de vraag gesteld wat hun verwachtingen voor 2009 zijn aangaande de omzet, de winst, het personeel, de orderportefeuille en de investeringen binnen hun eigen bedrijf. Het blijkt dat architecten en aannemers B&U verwachten een zwaar jaar tegemoet te gaan. Dit geldt met name voor de orderportefeuille (respectievelijk -26% en -38%) en de investeringen (respectievelijk -30% en -28%). Andere marktpartijen zien het minder somber in: per saldo zien de aannemers GWW en de installateurs de omzet en winst naar verhouding het minst dalen. De klusbedrijven verwachten, ondanks de economische crisis, dat de omzet en winst zullen stijgen in 2009. De reden hiervoor is dat deze bedrijven vooral actief zijn in de onderhouds- en renovatiesector. Deze sector zal, in tegenstelling tot de nieuwbouwsector, een stabiele factor blijven. Woningeigenaren zullen minder snel verhuizen en meer investeren in hun huidige woning.

Vertrouwen in eigen bedrijf het grootst, in wereldeconomie het kleinst

Ondanks het feit dat de meeste bedrijven verwachten dat 2009 een zwaar jaar zal worden, geven ze bijna allemaal aan dat het geen gevolgen zal hebben voor hun eigen bedrijf: het vertrouwen in het eigen bedrijf is hoog. Dit vertrouwen op micro-niveau geldt vooral voor de handel (93%). Op meso-niveau (de bouw- en installatiebranche) is het vertrouwen gehalveerd ten opzichte van het eigen bedrijf. De installateurs zijn het meest uitgesproken: hoogste percentage ‘veel vertrouwen, het zal goed komen’ (54%) en hoogste percentage ‘weinig vertrouwen, zie het somber in’ (10%). Het minste vertrouwen heeft de bouwsector op macro-niveau: de Europese economie en de wereldeconomie. Hoewel dit misschien ‘een ver-van-mijn-bed-verhaal’ is, hebben de meeste bedrijven hier wel een mening over, slechts weinig bedrijven geven namelijk aan het niet te weten. Het zijn vooral de klusbedrijven en de afbouwers, in omvang de relatief kleinere bedrijven, die over deze grotere economieën negatieve verwachtingen hebben.

2009 wordt een overbruggingsjaar

Hoewel alle marktpartijen, met uitzondering van de klusbedrijven, aangeven dat 2009 een moeilijk jaar wordt, hebben de bedrijven over het algemeen vertrouwen dat het met hun eigen onderneming goed zal komen. Minimaal vier op de vijf bedrijven zegt dat men vertrouwen heeft in het eigen bedrijf. Vertrouwen is een goede basis om crises te overwinnen. Juist in moeilijke tijden, waarin we nu verkeren, blijft het belangrijk om te focussen op kwaliteit, vertrouwen te houden en rustig te blijven. Hoewel het niet te voorkomen is dat bedrijven failliet gaan, zullen die bedrijven die vertrouwen houden en rustig blijven de grootste kans hebben deze crisis te overwinnen.


Bron: USP Marketing Consultancy

Branche-Informatie

Open grenzen goed voor Nederlandse bouw

De Tweede Kamer heeft er verstandig aan gedaan om per 1 mei 2007 de grenzen open te stellen voor werknemers uit Midden- en Oost Europa. De bouw staat te springen om goede en gemotiveerde vakmensen en het aanbod en de instroom uit eigen land is op dit moment onvoldoende om aan de vraag te voldoen. Aldus Bouwend Nederland in een reactie op het nieuws dat een meerderheid van de Kamer de plannen van minister Donner steunt.

“Onontkoombaar en ook gewenst”. Zo omschrijft een grote meerderheid van de Tweede Kamer het per 1 mei a.s. openstellen van de grenzen voor werknemers uit de Midden- en Oost-Europese lidstaten van de Europese Unie. Hiermee is de weg vrij voor werknemers uit de acht nieuwe Europese lidstaten (Polen, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) om zonder tewerkstellingsvergunning in ons land te werken.

Bouwend Nederland heeft altijd gepleit voor het openstellen van de grenzen voor het werknemersverkeer, in combinatie met een strenge handhaving om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Door de tewerkstellingsvergunning niet langer verplicht te stellen voor werknemers uit Midden- en Oost Europa wordt de onduidelijkheid die er nu is ten opzichte van dienstverleners opgelost en wordt het bovendien makkelijker om eventuele misstanden aan te pakken. De afhankelijkheid van werknemers van één en dezelfde werkgever die de tewerkstellingsvergunning heeft is er dan niet meer.

Na overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties in diverse bedrijfstakken, waaronder de bouw, is het nodige flankerend beleid geformuleerd. Daarmee kunnen misstanden en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt worden bestreden. Sociale partners in de bouwnijverheid hebben met de Arbeidsinspectie afspraken gemaakt over het melden van misstanden. Als er een vermoeden bestaat van wetsovertredingen of het niet naleven van algemeen verbindend verklaarde CAO-afspraken, kan dit worden gemeld bij een centraal meldpunt van de Arbeidsinspectie.

Bouwend Nederland benadrukt dat de nieuwe werknemers gelijke rechten hebben als Nederlandse. Werknemers die in dienst treden bij een Nederlandse werkgever vallen immers direct onder het Nederlands arbeidsrecht en de geldende CAO.

Verzuimcijfers in de Bouw

Ziekteverzuim stabiel

De laatste jaren is het verzuimpercentage in de bouw stabiel. Het verzuimpercentage bleef bij hetbouwplaatspersoneel in 2007 ongeveer gelijk aan dat van 2006; 5,6 procent. Bij het UTA-personeel (uitvoerend, technisch en administratief) daalde het verzuimpercentage tot 2,3 procent.

De meldingfrequentie (het gemiddelde aantal ziekmeldingen per werknemer) daalde in 2007 van 0,66 naar 0,63. Bij het bouwplaatspersoneel daalde de meldingsfrequentie van 0,76 naar 0,72. Bij het UTA-personeel daalde deze van 0,46 naar 0,41. Dit blijkt uit cijfers van het EIB. Het verzuimpercentage in 2007 ligt in de b&u-sector op een hoger niveau dan in de gww-sector. De afbouwbedrijven kennen in 2007 een hoger verzuimpercentage dan gemiddeld. Bij de dakwerkbedrijven is de meldingsfrequentie hoger dan gemiddeld. In 2007 bedraagt het aandeel werknemers met een verzuimduur van één jaar of langer 1 procent en bleef daarmee onveranderd ten opzichte van 2006.

Principes in de Bouw

Leidende Principes Opdrachtgevend Bouwbedrijf

De samenleving verandert en de bouw verandert mee. Zeven grote opdrachtgevende bouwbedrijven hebben leidende principes geformuleerd voor de omgang met gespecialiseerde aannemers, toeleveranciers, installateurs en andere partners in de bouw.

Doel

Het doel van de leidende principes is om professionele samenwerking en ketenverantwoordelijkheid in de bouw te bevorderen. De principes beogen duidelijkheid te scheppen voor ketenpartners en bieden houvast aan inkopers en contractmanagers.

Kernwaarden/ Leidende Principes

Uitgangspunt is het verbinden van het economische principe met kernwaarden als maatschappelijke verantwoordelijkheid, integriteit, transparantie en duurzaamheid.
Opdrachtgevende bouwbedrijven verwachten van publieke en private opdrachtgevers dat zij maatschappelijk verantwoord met hen omgaan en dat zij ruimte bieden voor duurzaamheid en innovatie.
Het opdrachtgevend bouwbedrijf wil met de opdrachtnemers omgaan, zoals het ook zelf graag behandeld wil worden door zijn opdrachtgever. Van de opdrachtnemers en partners verlangt het opdrachtgevend bouwbedrijf dat zij zich ook professioneel, integer, transparant en maatschappelijk verantwoord gedragen. Als er wordt samengewerkt op basis van prijs en kwaliteit en als er ruimte is voor innovatie ligt duurzame samenwerking en een optimaal resultaat in het verschiet.

Uitwerking/ Gedragsregels

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Het opdrachtgevend bouwbedrijf en de opdrachtnemer houden zich vanzelfsprekend aan wet- en regelgeving. Het opdrachtgevend bouwbedrijf zorgt er samen met de opdrachtnemer voor dat medewerkers hun taken sociaal verantwoord, veilig (arbeidsomstandigheden) en duurzaam kunnen uitvoeren. Van de opdrachtnemer/toeleverancier wordt verlangd dat deze de kwaliteit van de geleverde dienst / het product borgt en zorg draagt voor een duurzaam, veilig en voor de omgeving acceptabel proces. Het opdrachtgevend bouwbedrijf en opdrachtnemer/toeleverancier zijn samen ketenverantwoordelijk. Dit houdt in dat het opdrachtgevend bouwbedrijf en de opdrachtnemers de verantwoordelijkheid hebben om duurzaam in te kopen.

Integriteit & Betrouwbaarheid
Het opdrachtgevend bouwbedrijf gaat zakelijk en open om met opdrachtnemers, toeleveranciers en andere partners. Selectie vindt plaats op basis van prijs én kwaliteit. Er wordt fair omgegaan met aanbiedingen van ketenpartners. Vanzelfsprekend wordt ook van de ketenpartners geëist dat zij zich aldus opstellen. Afspraak is afspraak; ook dit principe geldt in beide richtingen. Toeleveranciers en opdrachtnemers worden gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot co-maker en/of preferred supplier zodat optimaal wordt samengewerkt in de keten. Pro-actieve, innovatieve opdrachtnemers zijn aantrekkelijke partners voor de grote bouwbedrijven.

Transparantie
Het opdrachtgevend bouwbedrijf zorgt voor duidelijke en transparante processen en procedures. Het opdrachtgevend bouwbedrijf spant zich in om opdrachtnemers en toeleveranciers tijdig en duidelijk te informeren. De opdrachtnemer wordt betrokken bij de planning en waar relevant is er overleg over de omstandigheden waaronder een opdracht moet worden uitgevoerd. De opdracht wordt verstrekt op grond van vooraf bepaalde en helder gecommuniceerde criteria.

Duurzaamheid
Het opdrachtgevend bouwbedrijf geeft concrete invulling aan het streven naar duurzame ontwikkeling. Dit komt tot uitdrukking in zowel de bedrijfsvoering als in de projecten. Ook van de opdrachtnemer wordt verwacht dat hij verantwoord en duurzaam omgaat met materialen, afval en energie.

Het opdrachtgevend bouwbedrijf, gespecialiseerde aannemers, toeleveranciers en andere partners zijn schakels in een keten van idee tot realisatie en beheer. Van publieke en private opdrachtgevers wordt verwacht dat zij ruimte bieden voor duurzame oplossingen. Dit gaat verder dan het stellen van duurzaamheidseisen aan producten en materialen. Het opdrachtgevend bouwbedrijf en de ketenpartners verwachten van overheid dat zij duurzame ontwikkeling bevordert door wetgeving, duurzaam en innovatief aanbesteden en voorlichting en publiciteit hierover. In lijn daarmee stelt het opdrachtgevend bouwbedrijf zich open voor goede suggesties van opdrachtnemers op het punt van duurzaamheid.

Verankering
De zeven grote opdrachtgevende bouwbedrijven nemen de leidende principes op in hun bedrijfsvoering en werken de principes voor eigen medewerkers verder uit. De principes worden op de websites van de bedrijven gepubliceerd.

Op weg naar duurzame samenwerking
Deze leidende principes zijn een initiatief van BallastNedam, BAM, DuraVermeer, Heijmans, Strukton, TBI en VolkerWessels. Met de publicatie van deze leidende principes willen deze grote opdrachtgevende bouwbedrijven een impuls geven aan duurzame samenwerking en maatschappelijk verantwoord ondernemen in de bouw. Bouwbedrijven die zich willen aansluiten bij dit initiatief zijn van harte welkom.

De initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat de praktijk van vandaag nog niet altijd overeenkomt met de hier verwoorde leidende principes. Het gaat hier om de ambitie om beter te bouwen, beter samen te werken, op weg naar een nieuwe bouwcultuur, samen met u!

Branche info 2009

‘Snel maatregelen nodig om bouwproductie overeind te houden’

In een brandbrief aan het Kabinet dringt NVB Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers aan op snelle maatregelen om de woningbouwproductie overeind te houden. De situatie verslechtert momenteel zo snel, dat als adequate maatregelen uitblijven de komende jaren rekening moet worden gehouden met een halvering van de woningbouwproductie.

Dit betekent niet alleen een verlies van 7 miljard euro aan bouwproductie, maar vooral ook een flink banenverlies in de bouw en aanverwante sectoren. Daarnaast zal de consument als de kredietcrisis over enkele jaren weer eenmaal voorbij is, door onvoldoende aanbod geconfronteerd worden met fors hogere huizenprijzen.De brancheorganisatie van 220 projectontwikkelende bouwbedrijven constateert dat sinds het echte ‘uitbreken’ van de kredietcrisis in Nederland in oktober jl. de verkoop van nieuwe huizen in ons land met maar liefst zeventig procent is teruggelopen. Op veel plekken in Nederland is de verkoop van nieuwe woningen zelfs volledig stilgevallen. Pas na de tweede helft van volgend jaar zal de bouw, en in het verlengde daarvan de Nederlandse economie, daar de effecten van zien. De huidige kopersstaking zal, als er geen maatregelen worden genomen, leiden tot een halvering van de huidige woningproductie naar 40.000 nieuwe huur- en koopwoningen in 2011.

Deze prognose is pessimistischer dan de recente cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Dit komt omdat het EIB de voorspellingen baseert op de afgegeven bouwvergunningen. Echter, in deze roerige tijden leiden heel veel al verleende vergunningen niet tot werkelijke woningbouwproductie. Simpelweg omdat plannen door een gebrek aan kopers eenvoudigweg niet doorgaan. NVB gebruikt daarom voor de prognoses de daadwerkelijk verkochte woningen als uitgangspunt. Kortom, het is het verschil tussen theorie en praktijk.Maar het bewijst volgens de brancheorganisatie dat het Kabinet iets moet doen. Vooral omdat de huidige problematiek in principe van tijdelijke aard is en is toe te schrijven aan een gebrek aan zekerheid bij de burger. Onderzoek heeft laten zien dat ongeveer 1,6 miljoen huishoudens plannen hebben om te verhuizen. De huidige onzekerheid heeft hen dus doen besluiten deze plannen voorlopig uit te stellen.

Door nu maatregelen te nemen om dat vertrouwen op korte termijn te herstellen, kan de woningverkoop weer op gang worden gebracht en daarmee de bouwproductie op aanvaardbaar peil worden gehouden. Samen met andere betrokken partijen bepleit NVB, naast het verhogen van de Nationale Hypotheekgarantie, een viertal acties:

  1. het halveren of afschaffen van de overdrachtsbelasting;
  2. het verlagen van de btw op nieuwbouwwoningen of, indien dit niet mogelijk is, een btw-verlaging op milieu-investeringen in nieuwe woningen en bij verbouwingen;
  3. het wegnemen van fiscale barrières bij de verkoop van tijdelijk verhuurde woningen;
  4. fiscaal voordeel voor twee huizen verlengen, indien de eerste woning binnen 2 jaar niet verkocht is.

NVB benadrukt dat deze maatregelen tijdelijk dienen te zijn om twijfelaars over de streep te trekken juist nu een andere woning te kopen.

2008-11-19 NVB

OnPole Webdesign | Grafische vormgeving - 0174 883 707